Dag Vake!
Ik dacht je maar eens een berichtje te sturen om je te laten weten wat ik zoal doe in Engeland, want zaterdag had ik daar niet genoeg tijd meer voor. Ik studeer nu dus in Liverpool, een havenstad in het noorden van Engeland en de thuisstad van de beroemde Beatles. De charme van de stad en de reden waarom ik erheen verhuisd ben, is vooral de rijke geschiedenis die te vinden is tussen de fraaie herenhuizen en verwaarloosde pakhuizen. De stad kende een ontzettende groei tijdens de hoogdagen van de steenkool. In het noorden waren een groot aantal mijnen en Liverpool gold als de belangrijkste haven van Engeland. Echter, toen de steenkoolconsumptie kelderde, verloor de stad de meeste van zijn inkomsten en het mooie Liverpool vol statige gebouwen veranderde in een verwaarloosde puinhoop met een criminaliteitsgehalte dat bijna even hoog was als het werkloosheidscijfer. Voor decennia was Liverpool de achterbuurt van Engeland; een gehucht enkele kilometers buiten de stad werd zelfs opgenomen in de lijst van “meest achtergestelde regio’s in Europa”, waar het ver boven landen zoals Oekraïne en Roemenië troonde. Maar in de late jaren ’90 kwam hier langzaam verandering in. Het Beatles-toerisme trok steeds meer mensen richting Liverpool en de stad begon terug inkomsten te genereren. In plaats van zich te focussen op industrie, werd het steeds meer een toeristische, culture plek, wat de inkomsten omhoog trok en zelfs leidde tot de bekroning van “European Capital of Culture” in 2008. In de laatste tien jaar is het krakkemikkige Liverpool veranderd in een moderne stad, die echter nog steeds het oude met het nieuwe combineert. Wat mij aantrok, waren de vele facetten van de stad. Door de status van havenstad is er een ontzettende multi-culturaliteit, die vooral gedomineerd wordt door de Ieren die naar Liverpool trokken tijdens de Great Famine. Zij waren zelfs zo sterk in aantal dat ze hebben meegeholpen aan het vormen van het typische dialect, ‘Scouse’, wat nog het meest op het West-Vlaams lijkt met een sterke “g”-keelklank.
Ook in de architectuur is de woelige geschiedenis van Liverpool terug te vinden: grote bakstenen pakhuizen aan de ene kant van de stad (al dan niet omgebouwd tot musea en moderne appartementen), nieuwe kantoorgebouwen aan de andere. Door de vele heuvels heb je op sommige plekken een prachtig panoramisch uitzicht over de rest van de stad en dan vooral de haven met de Mersey, de rivier die zich richting zee slingert en die zo belangrijk is geweest voor het ontstaan van Liverpool. Ikzelf woon buiten de stad, een busritje van twintig minuten verwijderd van het centrum. Mijn huis ligt in een buurt die vooral door studenten en jonge gezinnen wordt bevolkt, hoewel ik net iets verder woon dan de meeste van mijn vrienden. De universiteit bevindt zich volledig op één campus en mijn faculteit (Geschiedenis) bevindt zich in één van de herenhuizen rond een mooi grasveld annex parkje, net naast de bibliotheek. Ik spendeer er geen uren, aangezien ik slechts vier uur per week les heb, maar de bibliotheek is mijn grote vriend. Die is trouwens 24 uur open, met uitzondering van zaterdag en zondag. Een luxe die ertoe leidt dat ik soms meer dan tien uur na elkaar in de bibliotheek doorbreng, hoewel die vaker worden ingevuld door internet en boeken lezen dan met het echte studeerwerk. Maar aangezien ik halftijds studeer, is dat geen probleem. De vakken zijn niet eindeloos boeiend, maar ook niet al te saai. Ik zou niet zeggen dat ik me mispakt heb, maar ik hoop toch op wat meer interessante stof in het volgende semester. Ik ben trouwens wel erg dankbaar voor zes jaar Latijn in het middelbaar, aangezien ik net een mooie 77% heb gehaald voor de cursus ‘Latin for Medievalists’, waarvoor ik niet al te veel werk heb moeten doen. Er staat me nog een paper te wachten die binnenmoet begin februari, maar daar heb ik dus nog een redelijk aantal weken voor. Volgend semester pakken we dan nog wat meer geschiedenis aan (dit keer de Renaissance, vorig semester was het de Middeleeuwen) en gaan we ook Latijnse manuscripten lezen, waar ik erg naar uitkijk.
Na een financieel moeilijke periode in de afgelopen maanden heb ik eindelijk een job gevonden die me ligt. Ik verkoop Cd-roms aan de telefoon, maar voor je denkt “wat saai!”, moet ik toch even erbij vermelden dat het Cd-roms zijn over Shakespeare (wat netjes aansluit bij mijn thesis van vorig jaar) en dat ik enkel verkoop aan scholen en leerkrachten, wat zorgt dat de meesten wel geïnteresseerd zijn in wat ik te vertellen heb. Daarbij komt nog eens dat we hen enkel kunnen bereiken tijdens de pauzes, dus dat mijn werkdag zich strekt van half twaalf ’s morgens tot vier uur ’s middags, met een pauze van twee tot drie. Ik kan het me dus zeker niet beklagen. Ik hoop nog in Liverpool te blijven tot december 2012, wanneer ik zal afstuderen in de typische “cap and gown”, iets waar ik al jaren over droom. Wat ik daarna ga doen, weet ik nog niet. Hoewel ik er volledig van overtuigd was dat ik voor altijd in Engeland zou blijven wonen, veranderde mijn zware heimwee dat al snel na mijn aankomst en nu durf ik geen uitspraken meer te maken, zij het over het één of het ander. We kunnen slechts afwachten en zien wat de toekomst brengt.
Ik dacht je maar eens een berichtje te sturen om je te laten weten wat ik zoal doe in Engeland, want zaterdag had ik daar niet genoeg tijd meer voor. Ik studeer nu dus in Liverpool, een havenstad in het noorden van Engeland en de thuisstad van de beroemde Beatles. De charme van de stad en de reden waarom ik erheen verhuisd ben, is vooral de rijke geschiedenis die te vinden is tussen de fraaie herenhuizen en verwaarloosde pakhuizen. De stad kende een ontzettende groei tijdens de hoogdagen van de steenkool. In het noorden waren een groot aantal mijnen en Liverpool gold als de belangrijkste haven van Engeland. Echter, toen de steenkoolconsumptie kelderde, verloor de stad de meeste van zijn inkomsten en het mooie Liverpool vol statige gebouwen veranderde in een verwaarloosde puinhoop met een criminaliteitsgehalte dat bijna even hoog was als het werkloosheidscijfer. Voor decennia was Liverpool de achterbuurt van Engeland; een gehucht enkele kilometers buiten de stad werd zelfs opgenomen in de lijst van “meest achtergestelde regio’s in Europa”, waar het ver boven landen zoals Oekraïne en Roemenië troonde. Maar in de late jaren ’90 kwam hier langzaam verandering in. Het Beatles-toerisme trok steeds meer mensen richting Liverpool en de stad begon terug inkomsten te genereren. In plaats van zich te focussen op industrie, werd het steeds meer een toeristische, culture plek, wat de inkomsten omhoog trok en zelfs leidde tot de bekroning van “European Capital of Culture” in 2008. In de laatste tien jaar is het krakkemikkige Liverpool veranderd in een moderne stad, die echter nog steeds het oude met het nieuwe combineert. Wat mij aantrok, waren de vele facetten van de stad. Door de status van havenstad is er een ontzettende multi-culturaliteit, die vooral gedomineerd wordt door de Ieren die naar Liverpool trokken tijdens de Great Famine. Zij waren zelfs zo sterk in aantal dat ze hebben meegeholpen aan het vormen van het typische dialect, ‘Scouse’, wat nog het meest op het West-Vlaams lijkt met een sterke “g”-keelklank.
Ook in de architectuur is de woelige geschiedenis van Liverpool terug te vinden: grote bakstenen pakhuizen aan de ene kant van de stad (al dan niet omgebouwd tot musea en moderne appartementen), nieuwe kantoorgebouwen aan de andere. Door de vele heuvels heb je op sommige plekken een prachtig panoramisch uitzicht over de rest van de stad en dan vooral de haven met de Mersey, de rivier die zich richting zee slingert en die zo belangrijk is geweest voor het ontstaan van Liverpool. Ikzelf woon buiten de stad, een busritje van twintig minuten verwijderd van het centrum. Mijn huis ligt in een buurt die vooral door studenten en jonge gezinnen wordt bevolkt, hoewel ik net iets verder woon dan de meeste van mijn vrienden. De universiteit bevindt zich volledig op één campus en mijn faculteit (Geschiedenis) bevindt zich in één van de herenhuizen rond een mooi grasveld annex parkje, net naast de bibliotheek. Ik spendeer er geen uren, aangezien ik slechts vier uur per week les heb, maar de bibliotheek is mijn grote vriend. Die is trouwens 24 uur open, met uitzondering van zaterdag en zondag. Een luxe die ertoe leidt dat ik soms meer dan tien uur na elkaar in de bibliotheek doorbreng, hoewel die vaker worden ingevuld door internet en boeken lezen dan met het echte studeerwerk. Maar aangezien ik halftijds studeer, is dat geen probleem. De vakken zijn niet eindeloos boeiend, maar ook niet al te saai. Ik zou niet zeggen dat ik me mispakt heb, maar ik hoop toch op wat meer interessante stof in het volgende semester. Ik ben trouwens wel erg dankbaar voor zes jaar Latijn in het middelbaar, aangezien ik net een mooie 77% heb gehaald voor de cursus ‘Latin for Medievalists’, waarvoor ik niet al te veel werk heb moeten doen. Er staat me nog een paper te wachten die binnenmoet begin februari, maar daar heb ik dus nog een redelijk aantal weken voor. Volgend semester pakken we dan nog wat meer geschiedenis aan (dit keer de Renaissance, vorig semester was het de Middeleeuwen) en gaan we ook Latijnse manuscripten lezen, waar ik erg naar uitkijk.
Na een financieel moeilijke periode in de afgelopen maanden heb ik eindelijk een job gevonden die me ligt. Ik verkoop Cd-roms aan de telefoon, maar voor je denkt “wat saai!”, moet ik toch even erbij vermelden dat het Cd-roms zijn over Shakespeare (wat netjes aansluit bij mijn thesis van vorig jaar) en dat ik enkel verkoop aan scholen en leerkrachten, wat zorgt dat de meesten wel geïnteresseerd zijn in wat ik te vertellen heb. Daarbij komt nog eens dat we hen enkel kunnen bereiken tijdens de pauzes, dus dat mijn werkdag zich strekt van half twaalf ’s morgens tot vier uur ’s middags, met een pauze van twee tot drie. Ik kan het me dus zeker niet beklagen. Ik hoop nog in Liverpool te blijven tot december 2012, wanneer ik zal afstuderen in de typische “cap and gown”, iets waar ik al jaren over droom. Wat ik daarna ga doen, weet ik nog niet. Hoewel ik er volledig van overtuigd was dat ik voor altijd in Engeland zou blijven wonen, veranderde mijn zware heimwee dat al snel na mijn aankomst en nu durf ik geen uitspraken meer te maken, zij het over het één of het ander. We kunnen slechts afwachten en zien wat de toekomst brengt.
No comments:
Post a Comment